Barbara, dank dat je de tijd neemt om met me in gesprek te gaan. We hebben elkaar in het gewone leven nog niet ontmoet helaas. Wellicht kunnen we dat post-corona een keer herstellen.
Voor nu even de knuppel in het lokale hoenderhok. Zoals ik het zie, is lokaal een sociaal experiment waarbij stadsmensen wat meer betrokken raken bij de totstandkoming van hun voedsel. Buiten die waarde kent ‘lokaal’ geen voordelen. Zeker niet voor Nederland. De belastende druk van foodmiles worden schromelijk overdreven; zolang er niet wordt gevlogen, is het nauwelijks een argument. Prima om te doen zo’n korte keten, maar om het als (deel)oplossing neer te zetten is wat overdreven. Het lost niet of nauwelijks iets op.
Vanuit de Rabobank is het zelfs heel bijzonder te noemen om Korte Ketens te stimuleren. 75 tot 80 procent van de Nederlandse productie gaat immers de grens over, waar de roep om lokaal dus een handelsbedreiging vormt. Geen kans. Rabo is dé financier van agro-Nederland. Hoe rijm je dit?
Barbara Baarsma
Hi Mark,
Dank voor uw uitnodiging om in gesprek te gaan. De verlenging van de voedselketen was onderdeel van de modernisering en mondialisering van de Nederlandse landbouw die sinds de Tweede Wereldoorlog heeft plaatsgevonden. Door gerichte overheidsmaatregelen en ondernemerschap wist de agrarische sector de voedselproductie tot ongekende hoogte op te stuwen. Dat heeft geleid tot genoeg voedsel tegen een betaalbare prijs: een prestatie van formaat. Rabobank was de partner in die transitie, en wil dat ook zijn van de huidige transitie naar kringlooplandbouw. Want met deze oplossing van gisteren zaaiden we ook het probleem van morgen.
Boeren zijn overgeleverd aan een internationale markt waarop zij bulkproducten aanbieden en zich niet kunnen onderscheiden”
De positie van Nederland als agrarische grootmacht en de nadruk op de lange internationale ketens hebben ook ongewenste effecten. Ze gaan dwars door de grenzen van onze milieugebruiksruimte heen. Zo staat de biodiversiteit onder druk, is de bodemkwaliteit aangetast, en stoot de lineaire landbouw relatief veel broeikasgassen en stikstof uit. De nadelen van lange, op de export gerichte ketens zijn niet alleen ecologisch maar ook economisch, omdat de positie van boeren in die lange ketens zwak is. Boeren zijn overgeleverd aan een internationale markt waarop zij bulkproducten aanbieden en zich niet kunnen onderscheiden. Daardoor kunnen zij hun investeringen in duurzaamheid niet terugverdienen. Vanwege deze en andere voordelen denk ik dat korte ketens, naast lange exportgerichte ketens, toegevoegde waarde hebben. Niet omdat korte ketens een doel op zich zijn, maar wel een middel om de verduurzaming van de landbouw te faciliteren.
Mark Soetman
Feitelijk beschrijft u in algemene termen de vermeende waarde die de Korte Keten heeft in de publieke opinie, inclusief doorkijk naar kringlooplandbouw. Dat laatste is een onmogelijkheid: landbouw is per definitie extractie, anders oogsten we niets. Hoe lek het systeem is, daaraan kunnen we werken, maar dat gebeurt al vele decennia. De term kringlooplandbouw voegt daaraan niets toe. De problemen die er nu zijn kan ik deels beamen (met name het verdienmodel), maar wat in het relaas ontbreekt is waarom de korte keten daarin verbetering aan zou brengen. Kunt u dat verduidelijken?
Volgens mij is dat namelijk niet zo. Biodiversiteit neemt alleen toe als we minder areaal nodig gaan hebben; de bodemkwaliteit is al vele jaren gelijk (beetje vreemde hoax de laatste jaren dat ‘de bodem dood’ zou zijn) hoewel verdichting wel een issue is en er ook gekeken wordt naar no tillage (niet ploegen). Broeikasgas in landbouw is alleen relevant voor zover die betrekking heeft op de lange koolstofketen (dus: fossiel gebruik, waaronder kunstmest), zoals de IPCC ook keurig becijfert.
Kortom, als we accepteren dat foodmiles alleen relevant zijn in het geval van vliegend voedsel, waar is dan de meerwaarde van de korte keten? Dr. Tessa Vermaete, bio-econoom aan de KU van Leuven, heeft het in Vilt recent nogmaals duidelijk willen maken: korte ketens zijn waardevol voor de verbinding van de stadse mens met diens voedsel. Dat is niet zonder waarde, maar voor Rabo wel wat hooghangend fruit in het kader Banking for Food? Uw collega’s Carin van Huët (directeur food en agri) en Martijn Rol (sectorspecialist food) maken in vakblad Boerderij van september duidelijk dat de korte keten een ‘belangrijke sociale component’ is. Maar buiten dat aspect geen oplossing voor welk probleem in de keten dan ook. Een leuke niche, en dat zal het blijven. Ze maken ook duidelijk dat het beleid van Rabo gestoeld is op de cirkel van 800 kilometer die nu wordt bediend door de Nederlandse agro. U zet zich daar feitelijk tegen af met uw uitspraken in de Taskforce Korte Keten.
Van de 25 procent (max) van het agrarisch product dat in Nederland blijft, kan maximaal 4 tot 6 procent zich onderscheiden in deze lokale initiatieven. Dat is dus 1 tot 1,5 procent van de totale productie. Wat moet Rabobank dan adviseren aan de andere 99 procent?
Barbara Baarsma
Door het verhaal over korte ketens op feiten te baseren, wordt de publieke opinie beïnvloed. Dat is iets anders dan dat ik de 'vermeende waarde' weergeef die 'de korte keten heeft in de publieke opinie'. Die feiten zijn in de coronacrisis steviger op tafel gekomen, wat tot een versnelling van de korte keten heeft geleid.
Als er 4 dagen geen vrachtwagens in een stad als Amsterdam zouden kunnen bevoorraden, zou er geen vers voedsel meer zijn”
Korte voedselketens hebben naast de in het vorige stukje al genoemde voordelen – beperken van het aantal voedselkilometers, faciliteren van kringlooplandbouw, en ondersteunen van het verdienvermogen van boeren – een vierde voordeel dat in de coronacrisis nog eens extra duidelijk werd. Winkels en horeca in grote steden zijn sterk afhankelijk van vrachtwagens die voedsel vanuit ver gelegen distributiepunten brengen. Als er 4 dagen geen vrachtwagens in een stad als Amsterdam zouden kunnen bevoorraden, zou er geen vers voedsel meer zijn. Dat maakt de voedselvoorziening kwetsbaar voor een stroomstoring, overstroming en ook voor een pandemie. Een betere balans tussen belevering vanuit korte en lange ketens draagt bij aan een robuuster voedselsysteem.
Een laatste hier te noemen voordeel van korte ketens is dat het beperkte aantal schakels betekent dat boeren sneller kunnen reageren als er in de keten iets verandert, bijvoorbeeld als voorkeuren van afnemers veranderen. Een korte keten is daardoor wendbaarder en kan sneller op zoiets als een pandemie reageren. Ook is meer direct contact in de keten mogelijk. Ik heb gezien hoe boeren en burgers elkaar dan beter gaan begrijpen. En dat is, zoals mijn Rabobank-collega’s ook aangeven, belangrijk, want juist in deze tijden van grote landbouwtransitie moeten boeren en burgers niet vol onbegrip of zelfs boosheid tegenover elkaar op het Malieveld komen te staan.
Dat die transitie niet zal eindigen in 100 procent sluitende kringloop is duidelijk, want die bestaat niet. Dat doet niks af aan het belang van verduurzaming van de landbouw. Er is stevige wetenschappelijke onderbouwing van de bijdrage van de landbouw aan de uitstoot van broeikasgassen en afname van bijvoorbeeld bodemkwaliteit en biodiversiteit. Ook hier spreken de feiten boekdelen. In kringlooplandbouw maken boeren gebruik maken van grondstoffen uit elkaars ketens en van reststromen uit de voedingsmiddelenindustrie, zo min mogelijk energie gebruiken en zo veel mogelijk hernieuwbare energie. Een prachtig streven dunkt me. Laten we ons gezamenlijk sterk maken voor een duurzame en daarmee toekomstvaste landbouw samen 100 procent van de boeren.
Mark Soetman
De verduurzaming van de landbouw is noodzakelijk, daarin zal niemand u ongelijk geven. Het is echter niet zo dat dat niet al lang gebeurde. Alsof de schellen van de kringlooplandbouwogen zijn gevallen: ‘Eureka! We gaan reststromen aan kippen en varkens geven!’ Dat gebeurt al eeuwen. Het enige wat is veranderd, is de sticker die D66 er op heeft geplakt. Beperken van de voedselkilometers lukt ook niet. Ook daar is nagenoeg alles er al logistiek uitgehaald (mits we niet vliegen).
Je moet ketens zo lang maken als noodzakelijk en zo kort als kan”
Als corona ons iets heeft laten zien, is het de robuustheid van de voedselketens zoals ze nu zijn. Ondanks alle beperkende maatregelen en het extreme aankoopgedrag dat de consument heeft laten zien, is er geen schap leeg geweest. Nooit ook maar de dreiging van honger.
Je moet ketens zo lang maken als noodzakelijk en zo kort als kan. Maar ook daar geldt dat we dat al jaren doen.
Landbouw kan beter, alles kan namelijk altijd beter. Die zucht naar verbetering is goed en moeten we vasthouden. Daarbij is het wel zaak dat mensen in de kantlijn wat meer luisteren naar de uitvoerende boeren en niet andersom. Door alle commotie van de laatste decennia voelen zij zich nu genoodzaakt zichzelf te verdedigen, wat een loopgravenoorlog heeft opgeleverd waaruit we moeilijk omkeren. Hakken in het zand omdat ze zien dat er erg veel onzin over de Bühne wordt gegooid. Nederland heeft niets aan 17 miljoen bondscoaches, maar ook niet aan 17 miljoen voedselcriticasters.







