Het gaat om een ‘geld lenen kost geld’-achtige waarschuwing, maar dan voor vlees- en vliegreclames. Dat zegt BvA-directeur Henriette van Swinderen in dagblad Trouw. De bond wil die stap zetten nu de druk toeneemt om reclames van vervuilende producten te verbieden. Daarmee willen de adverteerders gematigde consumptie aanmoedigen, maar een algeheel verbod van bijvoorbeeld vleesreclames voorkomen. Ook zullen de bedrijven meer inzetten op reclames die juist verleiden tot duurzame keuzes. En verder werkt de Reclame Code Commissie aan strengere richtlijnen die greenwashing moeten voorkomen, bijvoorbeeld bij luchtvaartreclames.
Fel tegen een reclameverbod
Het recente vleesreclameverbod in Haarlem heeft de BvA aangezet tot het maken van een pleidooi. Dat is: verbied vervuilende reclames niet, maar moedig gematigde consumptie aan. De bedrijven zijn volgens Van Swinderen fel tegen een reclameverbod, zoals in Haarlem. ‘We denken dat dit de vrijheid van merken om boodschappen uit te dragen beknopt.’ Nu wordt er dus gesleuteld aan een soort waarschuwing. ‘Idealiter zelfgereguleerd in plaats van wettelijk verplicht, maar wel een waarschuwing die na afspraken met adverteerders landelijk en voor al dit soort reclames zou gelden’, zegt de BvA-directeur.
Oplossingen vinden voor deze situatie
Van Swinderen gaat in het dagblad ook in op concrete stappen die worden genomen. ‘De eerste stap is dat we met specifieke branches in gesprek gaan om te kijken hoe we oplossingen kunnen vinden voor deze situatie. Het is zelfs zo dat ik over tien minuten een gesprek met de reisbranche heb, om partijen daar om tafel te krijgen voor een gesprek over reclameverboden en alternatieven die we kunnen ontwikkelen. Dat is de eerste stap. De tweede stap is, dat als we een plan hebben, met gemeenten en de landelijke overheid gaan kijken: hoe gaan we dit vastleggen? Is zelfregulering voldoende, of moet het via eventuele aanvullende wetgeving?’ Wanneer er concreet iets op tafel ligt kan de directeur nog niet zeggen. ‘Dat is een hele lastige. Ons doel is om voor het eind van het jaar met branches kijken naar wat de mogelijkheden zijn, en of bereidheid is om naar dit soort stappen te kijken.’



