Het zijn opmerkelijke cijfers van het Belgische blad Gondola. De supermarkt is historisch goedkoop betoogt het blad. In 1850 besteedden de Belgen 60 procent van het inkomen aan voedsel. Dat loopt terug naar 50 procent (1950), 18,9 procent (1988) en 13 procent in 2014. ‘Historisch gezien besteden we minder aan voedsel dan ooit tevoren’, concludeert het Belgische vakblad.
‘Er is zelfs een argument voor te vinden dat voeding vandaag té goedkoop is geworden. Zo zouden de maatschappelijke kosten van voeding tot drie keer zo hoog zijn als de werkelijke kosten (aldus Rockefeller Foundation).’
Het is een verantwoorde aanname dat de cijfers in Nederland niet heel veel zullen verschillen van die in België. Ook in Nederland is de supermarkt dus historisch goedkoop. Wellicht ligt het percentage zelfs lager, omdat de Belgen eten en Nederlanders hun maag vullen. Belgen zijn bereid meer te betalen. Maar wat voor conclusies zijn nu te trekken uit deze cijfers?
Om te beginnen: er is dus rek aan de bovenkant. Eten is een eerste levensbehoefte en nu de prijzen in de supermarkten stijgen, zullen klanten noodgedwongen een groter aandeel van hun inkomen aan voedsel besteden. Dat is noodgedwongen, maar historisch gezien een niet erg vreemd fenomeen. In dat opzicht concurreert de supermarkt met de uitgaven voor luxegoederen als (benzine voor) auto of scooter, mobiele telefoon of de citytrip.
Cijfers België gaan ook op voor Nederland
Dat er noodgedwongen ruimte zit aan de bovenkant is ook hard nodig. De inflatie is op dit moment vooral bedoeld om de kostenstijgingen op te vangen. In de nabije toekomst zullen prijsstijgingen echter nodig zijn - en door overheden opgelegd worden - om de voedselketen duurzaam te maken. Dat is een keiharde noodzaak die op de korte termijn ondergesneeuwd raakt.
Nog een conclusie: het is geen prettige boodschap om aan klanten te vertellen dat ze luxe moeten inleveren voor meer duurzame basisbehoeften. Vooral ook omdat klanten het deel van hun inkomen dat naar voedsel gaat structureel overschatten. Althans, dat beweert LTO Nederland op basis van een onderzoek uit 2020, niet zo lang geleden. De gemiddelde Nederlander denkt zo’n 24 procent van het huishoudinkomen aan voedsel uit te geven, bleek toen. Uit cijfers van CBS blijkt echter dat een doorsnee huishouden slechts 8 procent aan voeding besteedt. Nu is LTO een lobby-organisatie voor boeren die belang heeft bij het verhogen van de prijzen. Maar in dit geval zal de agenda samenvallen met die van de supermarkten.
Er is dus grote noodzaak om te verduurzamen
Er is dus een grote noodzaak om te verduurzamen en prijzen te verhogen om in de keten investeringen vrij te maken. Toch is het opmerkelijk te zien dat supers - en klanten - in een oude reflex schieten: het concurreren op prijs en niet op voedselwaarde. Het lijkt logisch dat de supermarkt juist dat laatste verhaal van voedselwaarde moet benadrukken, wil het het huidige tempo van prijsverhogingen kunnen blijven verkopen. Het einde is namelijk nog niet in zicht.







