Machinist op het spoor: 'Het kan gewoon een keer misgaan' 

Machinist op het spoor: 'Het kan gewoon een keer misgaan' 
Foto's: Michel Velderman

Op twaalfjarige leeftijd reed Machinist Gerwin van Straten (53) al op het spoor met een kraan, geïnspireerd door een vader in dezelfde tak van sport. Dat brengt ons al heel snel op het meest relevante onderwerp bij werken aan het spoor: veiligheid.

“Vroeger deden ze daar niet zo moeilijk over”, vertelt Gerwin. ‘Kun je draaien? Succes ermee,’ was het toen. "Vroeger stond het raam van de cabine open, dan hoorde je een toeter en wist je: er komt een trein aan, nu moet ik even voorzichtig zijn. Als het zwaailicht op de kraan aanging, wist de man die op de grond aan het werk was: even stilstaan.”  

Maar tijden veranderen en veiligheidseisen scherpen aan. Dat begint al met de vijf examens die je nu moet halen, voordat je als machinist op het spoor mag draaien. “Ze zijn er wel extreem in doorgeslagen. De oudere generatie machinisten is er wel een beetje klaar mee, al die poespas.” Frustrerend, maar Gerwin snapt het ook wel weer: “Als het druk is in het weekend en we hebben handen tekort, komen bij wijze van spreken de bakker en de slager een handje helpen. Je weet niet wat er allemaal loopt tegenwoordig, dan moet jij als machinist wel bij de pinken zijn om een beetje op te letten wat die gasten allemaal doen.” 

Diversiteit is een plus 

Ook qua diversiteit beweegt er van alles op het spoor: Bulgaren, Roemenen, Duisters, Hollanders. Gerwin benoemt dat juist de internationale garde weet wat ze doen: “Die werken in hun eigen land ook aan het spoor dus die kennen de gevaren. Het zijn ook harde werkers hoor, die zien ook werk als het er is. Maar dan lopen die Hollandse boeren erlangs, juist die gaan vol in het zicht staan.” 

Omdat je elkaar goed kent, weet je wat je aan elkaar hebt”

Met hun 360 graden-camera’s is het zicht nog steeds beperkt. “Wij hebben het liefst dat mensen, mits het kan, langs de cabinekant komen lopen, maar dat doen ze dan niet. Dan gebeurt het weleens dat er eentje precies achter mijn bak gaat lopen. Als ik hem dan laat zakken, zo is er wel eens één die een tik van de bak kreeg, ja. Dat er eentje met zijn vingers ergens tussen zit als hij aan het spoor werkt, gebeurt ook weleens.”  

Ongelukken en bijna-ongelukken 

Gerwin praat er makkelijk over, maar dat het weleens echt mis kan gaan, zien we ook. Zijn broer is met het vak gestopt omdat zijn kraan een keer omgevallen is: bij Gerwin zelf is dit ook een keer bijna misgegaan. Zijn neef is weleens tussen het trapje van de wagon en de muur gekomen, wat hem zowat zijn benen kostte. Helaas loopt het ook soms slechter af. Vorig jaar april overleed een machinist die aan het spoor werkte: het onderzoek loopt nog.   

“De wereld van de spoormachinist is een ons-kent-onswereld met 60, 70 man over het land verspreid, dus natuurlijk kende ik deze jongen ook.” Het is tragisch, beaamt hij, maar wat je ook doet, ongelukken kun je niet voorkomen. Gerwin denkt dat het miscommunicatie is geweest, maar weten doet hij het ook niet. “Je weet niet wat de mens denkt. Dan kun je cursussen volgen en psychologische onderzoeken doen wat je wilt, maar het kan gewoon een keer misgaan.” Het blijft menselijk handelen.  

Kleine hechte groep  

Reden om ermee te stoppen vindt Gerwin deze risico’s niet. “Weet je wat het is in de spoorwereld? Juist omdat het een kleine groep is, doe je het altijd met elkaar, voor welke aannemer je ook aan de gang bent. Omdat je elkaar goed kent, weet je wat je aan elkaar hebt.” Voorkeur voor een bepaalde opdrachtgever heeft hij in principe niet, al maakt het per bedrijf wel uit hoe ze hun voorbereiding op orde hebben en dat maakt uit voor de planning. “Bij sommige bedrijven is alles geregeld, maar sommige bedrijven vertellen overdag nog wat wij vannacht moeten gaan doen.”   

Voorkeuren  

Voorkeur voor bepaald werk heeft hij zeker: dat is bijvoorbeeld het afwerken van het spoor, de steentjes neerleggen. Dat is leuk, dan zie je gelijk resultaat. Aan ‘steken’ zoals het in vakjargon heet, heeft hij een hekel: oude dwarsliggers eronderuit halen en nieuwe eronder leggen. “Dan staan er mannen van 65 plus op het spoor het grondwerk te doen en dan duurt het allemaal zo lang. Daar heb ik niet de rust voor.”   

Echt een vaste machine heeft Gerwin niet: sinds een half jaar hebben ze een Atlas 180, maar hij draait ook veel op een Atlas 160. Voordat hij bij Peter van der Meer spoorkraanverhuur, zijn huidige werkgever, kwam werken, heeft hij vijf jaar op een Liebherr gezeten. Het verschil? “Wil je een meisje zijn, moet je Liebherr hebben”, schampert Gerwin. “Voor de machinist is Liebherr veel luxer: een comfortabele stoel, netjes draaien, mooi dashboard, strak interieur: alles werkt goed. Maar voor sterkte en power moet je een Atlas hebben. Hij grijnst: “Een Atlas is toch wat mannelijker.” 

Lees ook: