Ook het herziene voorstel om de Wet Huis voor klokkenluiders aan te passen op de Europese richtlijn is door de Tweede Kamer afgewezen. De bescherming en ondersteuning van klokkenluiders moet beter, vindt het parlement. Minister Bruins Slot van Binnenlandse Zaken heeft voor deze zomer een aangepast wetsvoorstel beloofd. Dan moet bijna elke ondernemingsraad kijken naar de meldprocedure misstanden.
In het herziene voorstel staan te weinig waarborgen die de anonimiteit van melders garanderen. Ook moeten klokkenluiders juridische, financiële en psychosociale ondersteuning krijgen. Dat zijn de belangrijkste bezwaren van de Tweede Kamer tegen het huidige voorstel. De Kamer wil de bescherming van klokkenluiders nog verder verbeteren en beter borgen dan nu in het voorstel van de minister staat. ‘Misstanden moeten worden aangepakt, niet de klokkenluider’, zei CDA-Kamerlid Inge van Dijk. Dat principe is niet alleen voor haar partij leidend, maar ook voor de Kamer en de minister, zo werd duidelijk tijdens de behandeling van het wetsvoorstel.
‘Minimalistisch flodderwerkje’
Het vorige wetsvoorstel, dat toenmalig minister Ollengren in juni 2021 naar de Kamer stuurde, werd ook al afgeschoten door het parlement. De Kamercommissie Binnenlandse Zaken noemde het een ‘beschamend, minimalistisch flodderwerkje’. En dat terwijl de EU-richtlijn voor betere wettelijke bescherming van klokkenluiders, waar de Nederlandse wet op moet zijn gebaseerd, vergaande bescherming van melders van misstanden bevat. Dat had eind 2021 al in Nederlandse wetgeving moeten staan.
Minister lijkt tegen te stribbelen
Volgens experts is de EU-richtlijn ‘een historische kans’ voor Nederland om met ‘adequate bescherming’ voor klokkenluiders op de EU-richtlijn in te haken. Te meer daar de richtlijn ook letterlijk ‘afschrikwekkende sancties’ bepleit voor bedrijven die de richtlijn overtreden. Maar de vele eisen en wensen die de Kamer tijdens het debat op tafel legde, kan de minister niet allemaal in het aangepaste wetsvoorstel opnemen.
Lees ook:
Niet alleen omdat de tijd dringt, maar ook omdat de minister sommige aspecten (te) ver vindt gaan, zo lijkt het. Zo heeft Bruins Slot zelf twijfels over de wenselijkheid tot anoniem melden, bleek tijdens de behandeling van het voorstel in de Kamer. Dat is lastig voor hoor- en wederhoor, en ze wil de drempel om mogelijke misstanden te melden niet te laag maken. De bewindsvrouw wil eerst de voor- en nadelen op een rijtje zetten. Juridische, financiële en psychosociale ondersteuning kan ook niet snel worden geregeld, temperde Bruins Slot de verwachtingen van de Kamer. Ze heeft om uitstel gevraagd bij de Europese Commissie. Maar ze heeft het niet gekregen, zei ze in het Kamerdebat. Dus is de vraag wie aan het kortste eind gaat trekken: regering of Kamer?
Or: meldprocedure aanpassen
Als het aangepaste wetsvoorstel is aangenomen, en dat moet zo snel mogelijk, dan zal bijna elke bedrijfsorganisatie de interne meldprocedure voor melden van een misstand of vermoeden moeten aanpassen. De or heeft hierbij
instemmingsrecht, op grond van
artikel 27 lid 1m van de WOR. De or kan ook zijn initiatiefrecht gebruiken (
artikel 23, lid 3 WOR) om de bestuurder hierover ongevraagd te adviseren.